Veel mensen die in de Vereeniging meezingen als in een van de filmpjes tijdens de voorstelling van Stichting Nijmegen Blijft In Beeld het lied “Aon de Waol bin ik gebore” ten gehore wordt gebracht.
Ook bij beelden van hotels Spijker en Erica, de Duivelsberg, steunberen aan de Ottengas, de oorlogsjaren ’40-’45 en de Piersonrellen, klinkt het geroezemoes van herkenning.
Groter kan het contrast niet zijn dan tussen de zomerse beelden van het Wyler- en Goffertbad (compleet met bubbeltjesbadmutsen) en de ijskoude winter van 1941-1942 waar een lange rij mensen over de bevroren Waal naar Lent glibbert en schuifelt, steun zoekend aan elkaars arm.
Pont Zeldenrust kreeg in 1936 toch rust toen koningin Wilhelmina de Waalbrug opende. Donkergroen geschilderd, zonder roest, zonder graffiti.
Het lied “Bloed, zweet en tranen” bestond nog niet, maar de rauwe werkelijkheid wel. Werklozen die in de jaren dertig verplicht tewerkgesteld werden en met bebloede handen en alleen een kruiwagen en een spade het Goffertstadion uitgroeven. De Bloedkuul. En nu: bezweet en soms bebloed heeft NEC zich opgewerkt tot in de bekerfinale, hopend op vreugdetranen.
Naast me zegt een vrouw: ‘Ik zoek altijd naar bekenden in de filmpjes.’
Dat herken ik. Als kind voerde ik de eendjes in de vijver van het Kronenburgerpark en ook nu zoek ik, tevergeefs, naar de jonge versie van mezelf.
Wanneer “Born to be wild” van Steppenwolf klinkt bij de beelden van de iconische Tomos- en Puch-brommers, ben ik weer even zestien en scheur ik rond op mijn Tomos met hoog stuur.
Er worden zoveel meer beelden van het Nijmegen van weleer getoond. Bijvoorbeeld de watersnoodramp die honderd jaar geleden delen van Nijmegen onder water zette, het concours d’Elegance 1958, de Special Olympics 2016, Toon Hermans op de Grote Markt. Iedereen verlaat met eigen herinneringen deze filmvoorstelling Nijmegen blijft in beeld.
Van onze correspondente Vera Oor